De aardbeving van 26 december vorig jaar heeft grote delen van Sumatra verwoest. Maar ook de zwaartekracht is er veranderd. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van ESA.
De Indische Oceaanbodem schoof over een afstand van duizend kilometer van zijn plaats. Daardoor ontstond een zes meter hoge richel. Die enorme verplaatsing van de rotsbodem had direct gevolgen voor de zwaartekracht in het gebied.
Dat komt wel vaker voor. Met satellietgegevens zijn kaarten gemaakt waarop je kunt zien dat de aantrekkingskracht van de aarde niet overal gelijk is. Dat komt onder andere doordat de aarde draait. Door het rondtollen is de aarde bij de evenaar iets dikker. Tweeënveertig kilometer, om precies te zijn. Daardoor is de zwaartekracht er minder groot dan op de noordpool of de zuidpool.
Hoge bergen, diepe troggen in de oceaanbodem en verschillende gesteenten in het binnenste van de aarde hebben ook invloed op de zwaartekracht. Zelfs eb en vloed, zeestromingen en smeltende ijsschotsen zorgen voor een schommelende zwaartekracht.

De verschillen zijn zo klein dat ze moeilijk te meten zijn. Maar niet lang meer. Want volgend jaar lanceert ESA de Gravity Field & Ocean Circulation Explorer (GOCE).
Met de gevoelige sensoren van GOCE kunnen we de zwaartekracht heel precies bestuderen. In zijn baan rond de aarde komt het ruimtevaartuig over gebieden waarvan de aantrekkingskracht verschilt. GOCE beweegt hierdoor op en neer. Met zijn antenne zendt hij vervolgens de veranderingen in het zwaartekrachtveld door.
Zo kunnen wetenschappers bepalen hoeveel materiaal er in beweging is. Dat kan plotseling zijn, zoals bij een aardbeving. Of geleidelijk, zoals bij smeltend ijs. Met GOCE kunnen we zelfs verschuivingen van oceaanstromingen zien, die worden veroorzaakt door klimaatveranderingen.