Op 14 mei 2009 werden vanaf Kourou in Frans Guyana twee van de meest gevoelige ruimtetelescopen ooit gelanceerd. Aan boord van Europa's Ariane 5-raket bevonden zich Herschel, de krachtigste ruimtetelescoop voor warmtemeting ter wereld, en Planck, gemaakt om de zwakke straling van direct na de oerknal te bestuderen.
Alles aan ESA’s ruimteobservatorium Herschel was groot. De satelliet was ongeveer zeven meter hoog en ruim vier meter breed, en had een massa van meer dan drieduizend kilo. De belangrijkste spiegel van de telescoop had een diameter van 3,5 meter, de grootste die ooit is gemaakt voor een wetenschappelijk ruimtevaartuig.
De sterrenwacht is vernoemd naar een andere wetenschappelijke grootheid, de Duitse amateurastronoom en musicus William Herschel, die in 1781 de planeet Uranus ontdekte. 19 jaar later ontdekte hij ook een vorm van onzichtbaar licht die wetenschappers “infraroodstraling” noemen. Vaak noemen we dit gewoon “warmte”.

De Herschel-telescoop werd in een speciale baan op anderhalf miljoen kilometer van de aarde gebracht, ver genoeg van de warmtestraling van de aarde vandaan om verstoring van de waarnemingen te voorkomen. De drie instrumenten van Herschel werden gekoeld met vloeibaar helium. Ze werkten op een temperatuur dichtbij het absolute nulpunt (-273°C).
Herschel werd ingezet om het ‘koude’ heelal te bestuderen. Zijn uiterst gevoelige ‘ogen’ konden door stofwolken heen kijken om stervormingsgebieden en galactische centra te bestuderen, en om verborgen sterren en planeten op te sporen. Daarnaast was het in staat om verre sterrenstelsels op te sporen om zo nieuw licht te werpen op de manier waarop deze miljarden jaren geleden zijn ontstaan.
De baanbrekende missie van Herschel kwam op 29 april 2013 ten einde, want toen was de voorraad heliumkoelmiddel op. De satelliet is daarna nog gebruikt voor omlooptests, tot op 17 juni definitief opdracht werd gegeven om hem uit te schakelen.