450 jaar geleden ontdekte de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens een grote maan rond Saturnus. Die werd uiteindelijk Titan genoemd, naar een reus uit de Griekse mythologie.
Die naam was goed gekozen, want Titan is de op een na grootste maan in ons zonnestelsel. Maar tot op de dag van vandaag is dit hemellichaam een groot raadsel. Het oppervlak gaat schuil onder een dikke oranje nevel.
Wetenschappers weten wel dat die atmosfeer vooral uit stikstof bestaat, net als de Aarde. Verder zit er methaan in, hetzelfde gas dat we thuis en in fabrieken gebruiken.
Maar aan de grond is het er min 180 graden. Bij die temperatuur is ijs keihard. Waarschijnlijk is dat te koud voor leven, hoewel er diep onder de grond misschien een oceaan is.

De enige manier om achter Titan's geheimen te komen is door er een sonde heen te sturen. Op 14 januari is het zo ver. Dan daalt ESA’s Huygens-sonde aan een parachute neer in de atmosfeer.
De zes instrumenten van de sonde zullen de eerste foto’s maken van het nog onbekende oppervlak en ons vertellen hoe Titan er werkelijk uitziet. Huygens zal met een snelheid van 5 meter per seconde op de grond terechtkomen – alsof men vanuit een stoel op de grond springt.
De vraag is of hij op hard ijs neerbonkt, in een zee van methaan plonst of wegzakt in een slijmerige massa. Ben je ook benieuwd? Houd de komende tijd deze site dan in de gaten!