ESA Kids

Het wonder van gewichtloze wormen

Nematode worm
Nematodenworm
De afbeelding openen

Er zijn al veel verschillende dieren met astronauten mee de ruimte ingegaan. Net als mensen hebben ze moeite om zich aan te passen aan de gewichtloze toestand. Een uitzondering is een klein wormpje, de C. elegans, dat het daar juist beter lijkt te doen dan op aarde.

Toen ESA-astronaut André Kuipers in 2004 voor het eerst naar het internationaal ruimtestation ISS ging, werd de C. elegans gekozen om hem te vergezellen. De keuze viel op deze microscopisch kleine wormpjes omdat zij de eerste complexe levensvorm zijn waarvan alle genen (de bouwstenen van hun lichaamscellen) in kaart zijn gebracht.

Wetenschappers merkten dat zeven van de genen van de wormpjes minder actief waren in de ruimte. Tot hun verrassing leken zij het zonder die genen beter te doen. Het onderzoek wees uit dat hun spieren zich hadden aangepast aan de andere situatie in de ruimte. Zouden spieren minder snel oud worden in de ruimte?

I>C. elegans/I>
C. elegans

Laboratoriumproeven bevestigden dat andere wormen zonder de zeven genen ook langer en gezonder leefden. Omdat ongeveer 55% van de genen van de mens gelijk zijn aan die van de C. elegans, was de volgende stap om uit te zoeken hoe menselijke spieren reageren op een verblijf in de ruimte.

Tijdens zijn tweede missie naar het ISS, die op 1 juli is afgelopen, had André opnieuw wormpjes bij zich om verder te gaan met het onderzoek. Maar deze keer werd de astronaut zelf ook onderzocht. Voordat hij aan zijn missie begon, werd een klein stukje spier verwijderd uit een van zijn benen en bewaard voor onderzoek. Wetenschappers willen nu graag dit stukje spier vergelijken met de spieren die zes maanden in gewichtloze toestand hebben doorgebracht. Maar anders dan de wormen heeft André enkele weken de tijd om bij te komen van zijn vermoeiende reis. Pas daarna gaan zijn spieren onder de microscoop.