ESA Kids

Planetoïden - de kleine planeten

Asteroid 243 Ida and its newly discovered moon, Dactyl
Asteroïde 243 Ida en haar pas ontdekte maan, Dactyl
De afbeelding openen

Asteroïden zijn kleine, rotsachtige hemellichamen die zijn overgebleven uit de vorming van de planeten 4,5 miljard jaar geleden. Ze worden vaak ‘kleine planeten’ genoemd.

Men gaat ervan uit dat er miljarden van deze rotsblokken bestaan. De meeste daarvan bevinden zich in een donutvormige ‘hoofdgordel’ tussen de banen van Mars en Jupiter. Aan de binnenrand van deze hoofdgordel doen asteroïden er ongeveer drie jaar over om een baan om de Zon te voltooien. Voor de asteroïden die zich dicht bij de buitenrand van de hoofdgordel bevinden, duurt dit twee keer zo lang.

Het woord ‘asteroïde’ betekent ‘sterachtig’. Zij hebben deze naam gekregen omdat zij in de meeste telescopen slechts als lichtpuntjes te zien zijn. Aan het begin van de 20e eeuw noemden astronomen ze het ‘ongedierte van de hemel’. Ze waren in zulke grote aantallen zichtbaar dat ze foto’s van verre sterrenstelsels en nevels verpestten.

De grootste planetoïde, Ceres, is als eerste ontdekt. De ontdekking werd gedaan door Giuseppi Piazzi uit Palermo, Sicilië, op 1 januari 1801.

Een tweede kleine planeet, Pallas, werd in 1802 ontdekt door Wilhelm Olbers. Daarna volgden Juno (1804) en Vesta (1807). Sinds 1847 is er elk jaar wel minstens één nieuwe planetoïde ontdekt.