Nog even, en we beleven een van de boeiendste gebeurtenissen uit de geschiedenis van het ruimteonderzoek. Na een tocht van 3 miljard km die ruim zeven jaar heeft geduurd, is ESA’s Huygens-sonde klaar om te landen op Titan, de grootste maan van Saturnus.
Op eerste kerstdag komt Huygens los van Cassini, de orbiter waar hij aan vast zit. Daarna schiet de kleine, schotelvormige sonde pijlsnel naar de in nevelen gehulde maan, waarbij hij zeven keer per minuut om zijn as draait.
Twintig dagen lang is er radiostilte, tot de timer aan boord zegt dat het tijd is om de communicatie te herstellen. Op 14 januari stort Huygens zich in de bovenste atmosfeer van Titan met een snelheid van rond de 6 km per seconde. Dat is tien keer zo snel als de Concorde.

Terwijl de temperatuur van het hitteschild oploopt tot 8.000 °C, wordt de buitenkant van de sonde roodgloeiend. Maar na minder dan twee minuten is het zwaarste deel van de afdaling achter de rug.
De snelheid is dan gezakt tot 1.400 km per uur, het verkoolde hitteschild wordt afgeworpen en de parachutes gaan open. Dan kunnen de camera's en andere instrumenten van Huygens beginnen met het analyseren van de lucht en fotograferen van het onbekende landschap.
Twee uur later daalt Europa's moedige verkenner neer op het onzichtbare oppervlak van Titan.