De maan Titan van Saturnus is één van de grootste en boeiendste hemellichamen in ons zonnestelsel. Helaas zit het oppervlak verstopt onder een dikke oranje nevel. Nog maar kort geleden wist niemand hoe het oppervlak eruit zag.
Nu kunnen we wél door het wolkendekkijken, bijvoorbeeld met de radar van NASA’s ruimtevaartuig Cassini. De radiosignalen van Cassini gaan dwars door de bewolking heen. Daarna kaatst oppervlak van Titan ze terug. Wetenschappers hebben deze echo's bestudeerd en veel donkere vlekken op het oppervlak van Titan ontdekt. Sommige van die vlekken zitten vast aan smalle, bochtige geulen die doen denken aan rivieren.
Het lijkt erop dat de vlakke, donkere gebieden op de radarfoto's meren zijn. Maar dat kunnen geen meren van water zijn, omdat het op Titan ijskoud is: 180 graden onder nul! Waarschijnlijk zijn het meren van vloeibare methaan of ethaan. Methaan is het gas waarmee we hier op aarde koken.

ESA’s Huygens-sonde dook op 14 januari 2005 door de nevel van Titan. Veel mensen hoopten dat hij met een plons terecht zou komen in een meer van methaan. Maar eenmaal beneden liet de camera een droge vlakte zien, vol ijskeien.
Sinds dat spectaculaire succes hebben wetenschappers een ongewone manier ontdekt om meer te weten te komen over de omgeving van Huygens. Ze merkten dat het radiosignaal van Huygens naar Cassini een bijzonder op-en-neer-gaand patroon vertoonde. Een deel van de radiostraal ging niet rechtstreeks naar Cassini maar werd door het oppervlak teruggekaatst. Uit onderzoek van het signaal bleek dat het terrein tot twee kilometer rond de sonde redelijk vlak is. De bodem van dit drooggevallen meer is bezaaid met kiezels en keien van vijf tot tien centimeter.