In de verkenning van Mars wordt binnenkort geschiedenis geschreven. Het heeft even geduurd, maar straks gaat de MARSIS-radar aan boord van ESA’s Mars Express toch doen waarvoor hij gemaakt is.
MARSIS is het eerste instrument dat is ontworpen om onder het oranjerode oppervlak van Mars te kijken. Het werkt door laagfrequente radiosignalen naar beneden te zenden.
Veel van deze signalen kaatsen direct terug vanaf het oppervlak. Sommige signalen dringen echter door de grond heen en kaatsen terug vanaf ondergrondse lagen.
MARSIS is het eerste instrument dat ónder het oranjerode oppervlak van Mars kan kijken. Het stuurt radiosignalen naar de planeet. Veel daarvan komen niet verder dan het oppervlak. Maar sommige signalen dringen door in de grond en worden teruggekaatst door lagen die dieper liggen.
MARSIS zal tevens gesteentelagen tot een diepte van enkele kilometers detecteren en de hoogte van bergen en valleien meten.

De radar moet eerst zijn drie antennesprieten uitklappen. Dat had in april 2004 al moeten gebeuren, maar toen was er een risico dat ze klem kwamen te zitten of zouden terugspringen en de sonde zouden beschadigen.
"Dat zijn dingen die je op aarde niet kunt nadoen," legt John Reddy van ESA uit. "Als we iets niet in de ruimte kunnen testen, moeten we het doen met simulaties op de computer."
De risico's zijn zorgvuldig onderzocht en ESA heeft besloten om door te gaan met het experiment. Eerst worden de twee antennes van twintig meter lang uitgeklapt. Een paar dagen later volgt de antenne van zeven meter. Het gaat allemaal gebeuren tussen 2 en 12 mei.
Wanneer de radarsprieten helemaal zijn uitgevouwen, wordt MARSIS eerst nog drie weken getest. En dan kan de radar met zijn veelbelovende speurwerk beginnen…