ESA’s ruimteobservatorium Integral heeft zijn eerste ontdekking gedaan van een snel ronddraaiende ster die zijn grotere buurman verorbert.
De tollende ster is geen gewone ster. Oorspronkelijk had hij zeker acht keer zoveel massa als de zon, maar nu is hij ingeklapt tot een superzware neutronenster van maar twintig kilometer in doorsnee. Een lepeltje materiaal van deze ster zou ongeveer een triljoen kilo wegen (een 1 met achttien nullen!).
Met een gewone telescoop kun je de neutronenster niet zien, want daarvoor is hij veel te klein. Maar in röntgenlicht zien we hem wel. Integral deed zijn ontdekking op 2 december 2004, toen hij zoals altijd de hemel afspeurde en de ster ineens een krachtige röntgenflits uitzond.

Uit metingen van Integral en het ruimtevaartuig Rossi X-ray Timing Explorer van de NASA blijkt dat de ‘kannibalster’ een „pulsar” is – een snel roterende neutronenster. Het is zelfs een van de snelst draaiende pulsars die ooit zijn ontdekt. Momenteel draait hij met een duizelingwekkende snelheid – ongeveer 600 keer per seconde – en wordt hij geleidelijk aan nog sneller.
De draaibeweging ontstaat doordat de ster met zijn grote zwaartekracht gas lostrekt van de buurster dat met grote kracht op het oppervlak botst. De temperatuur loopt daarbij op tot bijna een biljoen graden, waardoor de ster een reusachtige hoeveelheid röntgenstraling en gammastraling uitstoot.
De buurster is al geslonken tot maar een fractie van onze zon en heeft misschien niet meer massa over dan veertig keer die van Jupiter. De twee sterren staan zo dicht bij elkaar dat ze binnen de straal van de zon zouden passen. Om te overleven zoeft de krimpende ster in amper twee en een half uur rond de pulsar.