Een moderne 'elektronische neus' die eigenlijk was ontworpen om de luchtkwaliteit in ruimtestations te controleren, wordt nu gebruikt om op aarde levens te redden. Het systeem heeft met succes gewerkt op twee ESA-missies naar het ruimtestation Mir in 1995 en 1997. Het bewees zijn waarde door het 'ruiken' van vroege signalen van een brand aan boord die dodelijk had kunnen zijn.
De elektronische neus bestaat uit drie elementen. Een moderne sensor ontdekt heel kleine hoeveelheden ongewone stoffen in de lucht. Een microchip herkent deze vervuilende stoffen. Een softwaresysteem verwerkt de gegevens en slaat alarm als de stoffen schadelijk zijn.

De afgelopen jaren hebben ingenieurs uit Duitsland en Zweden, met steun van de ESA, het systeem ontwikkeld voor industriële toepassingen. Als gevolg hiervan is het systeem ingevoerd als branddetectiesysteem om vroegtijdig te waarschuwen voor branden in het metrosysteem van Stockholm. De elektronische neus, die in staat is de eerste tekenen van rook op te sporen in de 56 metrostations en 60 km aan tunnels van de stad, wordt veel minder beïnvloed door vochtigheid en fijnstof dan eerdere detectiesystemen.
Het systeem heeft ook bewezen dat het snel kan waarschuwen voor ziekenhuisbacteriën. Om het leven te kunnen redden van patiënten die een orgaantransplantatie hebben gehad of op de afdeling intensive care liggen, is het vroeg ontdekken van virussen en infecties is enorm belangrijk. Bacteriën en schimmels in de lucht zijn ook een groot risico voor patiënten die niet zelfstandig kunnen ademen. Door deze microben in de lucht te identificeren zorgt de elektronische neus ervoor dat het gemakkelijker is om het goede medicijn voor te schrijven. Zo is het een onmisbaar instrument bij het bestrijden van infecties.