Het weer kan zo maar omslaan. Daarom is het belangrijk dat meteorologen steeds de laatste stand van zaken doorkrijgen uit de ruimte.
Elke 15 minuten, dag en nacht, stuurt de Europese Meteosat-9 beelden door van het weer in bijna een derde van de wereld. De satelliet bevindt zich op 36 000 km boven West-Afrika en kijkt voortdurend neer op hetzelfde gebied. Er staat altijd een reservesatelliet in de buurt klaar om het over te nemen mocht er zich een probleem voordoen.
Naast beelden worden andere belangrijke gegevens, zoals over temperatuur en vochtigheid, naar Eumetsat gezonden. Dat is de in het Duitse Darmstadt gevestigde exploitant van de Meteosats. Daar worden de ruwe gegevens verwerkt en naar de gebruikers doorgestuurd.

Sinds oktober 2006 worden er ook weergegevens teruggestuurd door de Europese satelliet MetOp-A. Gegevens van deze satelliet in een polaire baan worden via een grondstation op het Noorse eiland Spitsbergen doorgestuurd. De gebruikers op aarde kunnen zo steeds beschikken over de laatste beelden en gegevens over de atmosfeer en de oceanen.
De Europese satellieten maken deel uit van een wereldwijd weersobservatiesysteem. Veel verschillende landen delen informatie afkomstig van hun satellieten.
De Meteosat-satellieten hebben de Europese partners ook op andere manieren geholpen. Toen in 1991 een Amerikaanse satelliet uitviel, stak de Meteosat-3 de Atlantische Oceaan over om diens taken over te nemen.
In 1998 werd de Meteosat-5 boven de Indische Oceaan gebracht. Daar werkte hij mee aan een internationaal experiment om te waken over dit gebied, dat bekend staat om zijn moessons (tropische stormen).