Een ruimtemissie kan een week tot een half jaar duren. Maar wat gebeurt er bij terugkeer op aarde? Binnen een paar uur is de bemanning uit de gewichtloze omgeving terug onder invloed van de gewone zwaartekracht. Ze kunnen de dingen niet meer laten zweven en moeten voor elke beweging moeite doen.
Het valt niet mee voor ze om zich weer aan te passen op aarde omdat hun spieren en botten verzwakt zijn. Ook moet hun hart veel harder werken om bloed door het lichaam te pompen. Kosmonauten in een Sojoez-ruimtevaartuig moeten bij het uitstappen worden geholpen door Russische reddingswerkers. Het eerste deel van hun reis naar huis leggen ze af per helikopter.
Zelfs degenen die met de shuttle terugvliegen, voelen zich vaak duizelig. Sommigen kunnen flauwvallen. Zij hebben ook moeite met opstaan, lopen, bochten nemen en hun evenwicht bewaren. Als zij hun ogen sluiten, is de kans groot dat zij omvallen. Zelfs slapen kan moeilijk zijn. Sommige kosmonauten hebben gemeld dat zij, maanden na hun vlucht, soms een kopje of een ander voorwerp in de lucht laten los – en geschokt zijn wanneer het op de grond terechtkomt! Het kan drie tot vier dagen duren om zich weer aan te passen na korte vluchten, maar vier weken of langer na een verblijf van zes maanden op het Internationale Ruimtestation.
Andere bijwerkingen gaan pas na veel langere tijd over. Omdat botten in de ruimte minder sterk worden, is er na terugkeer een groter risico op botbreuk. En omdat ook de spieren verzwakken, is het moeilijker om alledaagse dingen te doen of iets op te tillen, ook al is het niet zwaar. Maar de ruimte blijft trekken. Acht mensen hebben zes of meer keer een ruimtereis gemaakt. De Rus Valeri Polyakov bracht ooit 240 dagen door in een baan om de aarde. Een paar jaar later ging hij weer- voor 437 dagen!