ESA Kids

De eerste satellietbeelden van de aardbeving in Haïti

Damage around Port-au-Prince, Haiti
Schade in de omgeving van Port-au-Prince, Haïti
De afbeelding openen

Wetenschappers kunnen rampzalige aardbevingen nog niet voorspellen. Maar satelliettechnologie kan wel heel nuttig zijn voor reddingswerkers na een grote aardbeving. Bijvoorbeeld die op 12 januari op het eiland Haïti. De beving met een kracht van 7 op de schaal van Richter heeft de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince en omstreken getroffen. Er zijn duizenden gewonden en er is heel veel schade aan gebouwen.

Na zo’n verwoestende gebeurtenis waren bestaande kaarten ineens verouderd. Dat maakte het werk voor de reddingsploegen moeilijker. Maar nieuwe afbeeldingen van de getroffen gebieden kunnen snel beschikbaar worden gemaakt. Dankzij satellietbeelden.

In het geval van Haïti waren al snel optische beelden en radarbeelden vanuit de ruimte beschikbaar. Radarsatellieten hebben het voordeel dat ze door wolken heen kunnen kijken. En ze kunnen de grond ‘s nachts in beeld brengen. Radarbeelden kunnen worden gebruikt om gevaren te ontdekken. Zoals aardverschuivingen die door aardbevingen kunnen ontstaan. Op de lange termijn kunnen radargegevens ook worden gebruikt om veranderingen in het oppervlak in kaart te brengen. Zo helpen ze wetenschappers zulke gebeurtenissen te begrijpen.

De reddingsteams in Haïti mogen gratis gebruik maken van de afbeeldingen van een internationale vloot satellieten, waaronder ESA’s ERS-2 en Envisat. De afbeeldingen die meteen na de ramp zijn gemaakt, worden gebruikt om noodkaarten van het gebied te maken. Deze kaarten worden gebruikt om te bepalen waar de ergste schade is. En om begaanbare routes voor hulpgoederen en reddingsmedewerkers te vinden. Ze helpen ook bij het vinden van plekken die geschikt zijn om hulpkampen op te zetten. Daar kan voor medische hulp en onderdak worden gezorgd.