Er zijn enkele honderden kometen die het grootste gedeelte van hun bestaan tussen de planeten van het binnenste zonnestelsel doorbrengen. Die kometen slepen vaak een staart van gas en stof achter zich aan.
De stofdeeltjes ter grootte van zandkorrels slaan soms in de ijle lucht rondom de aarde, de atmosfeer genaamd, waar ze zeer snel heet worden. Terwijl de stofdeeltjes verbranden, laten ze heldere lichtstrepen achter aan de nachtelijke hemel. Deze strepen worden meteoren genoemd, vaak ook wel ‘vallende sterren’ of ‘sterrenregen’ genoemd.
Als je tijdens een heldere avond maar lang genoeg naar de hemel kijkt, zul je ook zo'n vallende ster zien. Op gezette tijden in het jaar komt de Aarde door de staart van een komeet. Het aantal vallende sterren kan dan wel oplopen tot honderd per uur.
Heel af en toe is het wel voorgekomen dat de hemel helemaal verlicht werd door een regen van meteoren. Tijdens de regen van Leoniden in 1966 zagen de mensen tot hun verbazing wel 40 vallende sterren per seconde!