Op 11 maart vonden duizenden mensen de dood en werden hele dorpen van de kaart geveegd door een enorme aardbeving en tsunami in Japan. Helaas kunnen we zulke rampen niet voorspellen. Maar ruimtetechnologie kan wel een belangrijke rol spelen bij reddings- en hulpacties.
De aardbeving was met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter een van de grootste aardbevingen die ooit is gemeten. Hij werd veroorzaakt door twee enorme stukken aardkorst die in een diepe geul in de Stille Oceaan plotseling over elkaar schoven. Door die enorme beweging van de oceaanbodem verschoof Japan ongeveer 4 meter richting Noord-Amerika. De zeebodem werd ook naar boven geduwd, waardoor enorme golven tegen de kust sloegen.

Onder een Internationaal Charter (een organisatie die het voor nooddiensten gemakkelijker maakt om satellietgegevens te bekijken wanneer een natuurramp of ramp door menselijk toedoen gebeurt) waren er al snel afbeeldingen van het rampgebied te bekijken van een groot aantal satellieten. Hieronder waren de Duitse TerraSAR-X en RapidEye, de Franse SPOT-5, ESA’s Envisat en andere satellieten uit de VS. De afbeeldingen worden gratis aangeboden aan plaatselijke autoriteiten en hulpdiensten. Vooral radarbeelden zijn waardevol, omdat ze het oppervlak in elk soort weer kunnen laten zien, dag en nacht.
Door uit de ruimte genomen foto’s van voor en na de ramp met elkaar te vergelijken wordt zo snel mogelijk duidelijk hoe groot de schade is. Reddingsteams op de grond kunnen zo snel bekijken hoe het landschap is veranderd en waar hun hulp het hardst nodig is.
De komende weken en maanden blijft het bekijken van satellietgegevens een belangrijk onderdeel van de noodhulp. Het helpt bij de heropbouw en het herstel. Ook helpen satellietgegevens ons om deze geologische dreigingen begrijpen. Op een dag kunnen ze misschien zelfs vooraf waarschuwen voor grote aardbevingen die nog gaan komen.